wentelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wen·te·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
wentelen
wentelde
gewenteld
zwak -d volledig

Werkwoord

wentelen

  1. (onovergankelijk) om een as of steunpunt draaien
  2. (onovergankelijk) (wiskunde) een cirkel beschrijven in een vlak loodrecht op een lijn
  3. overgankelijk (formeel) draaien, in de rondte laten bewegen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.