rouler

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak

Werkwoord

rouler

  1. (spreektaal) lekker lopen
    «Ça roule
    Het loopt gesmeerd! [1]
  2. (spreektaal) bedonderen, bedriegen
    «Ce salaud t’a roulé
    Die smeerlap heeft je belazerd
    «Rouler le fisc, c'est mon hobby.»
    De fiscus belazeren, da's mijn hobby. [1]

Verwijzingen