stampen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stam·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
stampen
stampte
gestampt
zwak -t volledig

Werkwoord

stampen

  1. inergatief met kracht de voet op de grond doen belanden
    • Hij stampte van woede. 
  2. overgankelijk iets fijn maken door er een zwaar voorwerp op te laten belanden
    • Zal ik die muisjes stampen? 
  3. inergatief (scheepvaart) van een schip een knikkende beweging maken in de lengterichting van het schip
    • De storm deed het schip stampen en slingeren. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

stampen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord stamp

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen