robot

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ro·bot
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord robot robots, robotten
verkleinwoord robotje robotjes

Zelfstandig naamwoord

robot m

  1. (techniek) een machine die beschikt over een stoffelijke vorm ('lichaam') en een beslissingsmodel (programma)
    In de praktijk betekent het dat een robot voor verschillende producten kan worden ingezet, waar een numerieke machine slechts een (deels variabele) taak kan uitvoeren.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl

Meer informatie


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord robot robots
robotte
verkleinwoord robotjie robotjies

Zelfstandig naamwoord

robot

  1. robot
  2. verkeerslicht, stoplicht
    «Wag eers, die robot is rooi.»
    Wacht even, het stoplicht staat op rood.


Zweeds

Zelfstandig naamwoord

robot g

  1. (techniek) robot
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   robot     roboten     robotar     robotarna  
genitief   robots     robotens     robotars     robotarnas