robotica

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ro·bo·ti·ca
enkelvoud meervoud
naamwoord robotica -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

robotica v

  1. (wetenschap) (techniek) wetenschap die zich bezig houdt met de theoretische studie en bouw van robots
    • Kaspar studeerde robotica en ging na zijn studie werken in de informatica 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be