revolver

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Revolver.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·vol·ver
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘vuistvuurwapen met draaiende kamer’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1855 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord revolver revolvers
verkleinwoord revolvertje revolvertjes

Zelfstandig naamwoord

revolver m

  1. (militair) een handvuurwapen met een roterende trommel met kogels
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·vol·ver
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
revolver
revolvía
revuelto
volledig

Werkwoord

revolver

  1. overgankelijk omkeren, roeren, omroeren
  2. omdraaien (van het hoofd), afwenden (van blik)
  3. overhoop halen
  4. doorzoeken
  5. in opstand brengen

Verwijzingen