omdraaien

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·draai·en
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van draaien met het voorvoegsel om-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
omdraaien
draaide om
omgedraaid
zwak -d volledig

Werkwoord

omdraaien

  1. (ergatief) een halve slag draaien
    Het oliebol was vanzelf omgedraaid.
  2. (overgankelijk) een halve slag doen draaien
    Hij draaide de bladzijde om.
  3. (overgankelijk) in het tegenovergestelde doen veranderen
    TV-station Fox draait de zaak om: ze gaat de reclame onderbreken door programma's, om kijkers vast te houden
  4. (wederkerend) zich ~: een halve draai om zijn as maken
Vertalingen