omroeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·roe·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
omroeren
roerde om
omgeroerd
zwak -d volledig

Werkwoord

omroeren

  1. overgankelijk door roeren homogeen in samenstelling en temperatuur maken
    • Als je niet goed omroert krijg je aangebrande pap. 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.