remise

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

remise voor treinen
Uitspraak
Woordafbreking
  • re·mi·se
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘stalling voor voertuig’ voor het eerst aangetroffen in 1771 [1]
  • uit het frans [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord remise remises
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

remise v[3]

  1. bij spelen zoals dammen en schaken: een onbeslist einde van de partij
    • De twee schakers kwamen na 4 uur schaken remise overeen.  
  2. bergplaats voor voertuigen zoals trams
    • De trams reden iedere avond terug naar de remise.  
Anagrammen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen