kwijtschelding
Uiterlijk
- kwijt·schel·ding
- Naamwoord van handeling van kwijtschelden met het achtervoegsel -ing[1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kwijtschelding | kwijtscheldingen |
| verkleinwoord | - | - |
de kwijtschelding v
- (juridisch) het vrijwillig prijsgeven van een vordering op iemand
- Griekse minister van Financiën (een linkmiechel) wil kwijtschelding van schuld (!) [2] [3]
- Het woord kwijtschelding staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "kwijtschelding" herkend door:
| 97 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ www.nu.nl
- ↑ Grieken halen miljarden van bank
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be