Naar inhoud springen

herstel

Uit WikiWoordenboek
  • her·stel
enkelvoud meervoud
naamwoord herstel -
verkleinwoord - -

hetherstelo

  1. een terugkeer naar een vorige toestand
    • Zijn herstel ging erg snel en hij kon spoedig weer aan het werk. 
     In de periode van mijn herstel bezocht ik Nadja in haar appartement en een oorlogsliefde bloeide op.[1]
  2. iets weer in een goede toestand terugbrengen
    • Herstel voor dat voorwerp was niet meer mogelijk. 
  3. een vergoeding voor leed
    • Wij betalen u volledig herstel. 
vervoeging van
herstellen

herstel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van herstellen
    • Ik herstel. 
  2. gebiedende wijs van herstellen
    • Herstel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van herstellen
    • Herstel je? 
     'Ik herstel snel.[2]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024582280
  2. “Nieuws uit de kosmos” (2024), Fontaine Uitgevers op Wikipedia, ISBN 9789464043075
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be