indiening

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·die·ning
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord indiening indieningen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

indiening v

  1. het indienen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be