indiening

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·die·ning
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord indiening indieningen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

indiening v

  1. het indienen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.