vermindering
Uiterlijk
- ver·min·de·ring
- Naamwoord van handeling van verminderen met het achtervoegsel -ing
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vermindering | verminderingen |
| verkleinwoord | verminderinkje | verminderinkjes |
de vermindering v
- verkleining van het aantal, verkleining van de omvang
- Voorbeeldzin met het vermindering erin.
- ▸ Wethouder Scholtes besluit zijn raadsbrief met het temperen van verwachtingen. Hij stelt dat de gemeente "streeft naar een duurzame vermindering van het aantal meldingen van overlast", maar zegt ook dat "de aantallen ratten niet van vandaag op morgen kleiner zullen worden".[1]
|
|
- Het woord vermindering staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "vermindering" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑
Weblink bron “Extra geld voor rattenbestrijding Amsterdam, maar 'rat hoort nu eenmaal in de stad'” (18 april 2025), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be