kreupelhout

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Bos met kreupelhout Vincent van Gogh
Uitspraak
Woordafbreking
  • kreu·pel·hout
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘laag gewas met dooreengegroeide takken’ voor het eerst aangetroffen in 1812 [1]
  • samenstelling van  kreupel  en  hout  [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord kreupelhout
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kreupelhout o [3]

  1. (plantkunde) laag stuikgewas waarbij de takken van de boompjes door elkaar heen groeien
    • Indien u hagen moet scheren, in kreupelhout of aan dakgoten of op een oude zolder moet werken, controleer dan eerst of er geen wespennest in de buurt is. Vermijd de omgeving van bijenkorven en bloemperken in bloei.[4] 
    • Op vier verschillende campings werden zo'n dertig tenten en bungalows vernield. Twee brandweermannen raakten gewond. Inmiddels is het vuur onder controle. Volgens regionale media brandde er kreupelhout. Een andere brand vernietigde meer dan 120 hectare dennenwoud tussen Béziers en Carcassonne. Er werden zes blusvliegtuigjes ingezet. Bij beide branden samen streden in totaal vierhonderd brandweermensen tegen het vuur.[5]  
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen