koetshuis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • koets·huis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord koetshuis koetshuizen
verkleinwoord koetshuisje koetshuisjes

Zelfstandig naamwoord

koetshuis o

  1. een gebouw waarin men eertijds zijn koetsen opborg
    • Vandaag de dag worden koetshuizen vaak voor allerlei recreatieve doeleinden omgebouwd. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie