positief

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·si·tief
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord positief positieven
verkleinwoord positiefje positiefjes

Zelfstandig naamwoord

positief

  1. m (taalkunde) de stellende trap.
    De positief van zwaar, zwaarder en zwaarst is zwaar.
  2. o (fotografie) afdruk die, wat betreft licht en donker, overeenkomt met de werkelijkheid
  3. (muziek) deel van een orgel, bestaande uit een aantal bijeenbehorende pijpen (zie b.v. rugpositief)
Verwante begrippen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen positief positiever meest positief
verbogen positieve positievere meest positieve

Bijvoeglijk naamwoord

positief

  1. welwillend, gunstig
    wij staan positief tegenover uw voorstel
  2. stellig, zeker
  3. bevestigend
    de zin 'Zij beantwoordde mijn vraag in positieve zin' betekent dus : 'ze zei ja'.
  4. (medisch) aanwezig
  5. (wiskunde) groter dan nul
  6. (elektrotechniek) met de eigenschap van de pool van een spanningsbron waar de elektronen in verdwijnen (van buiten gezien)
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Antoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl