negatief

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ne·ga·tief
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen negatief negatiever meest negatief
verbogen negatieve negatievere meest negatieve

Bijvoeglijk naamwoord

negatief

  1. ontkennend, afwijzend
    Het antwoord was negatief.
  2. als slecht beschouwend, ongunstig
    Een negatief imago.
  3. (medisch) afwezig
    Het resultaat van deze test was negatief op de aanwezigheid van het HIV-virus.
  4. (wiskunde) kleiner dan nul
    Een negatief getal.
  5. (elektrotechniek) met de eigenschap van de pool van een spanningsbron waar de elektronen uitkomen (van buiten gezien)
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord negatief negatieven
verkleinwoord negatiefje negatiefjes

Zelfstandig naamwoord

negatief o

  1. (fotografie) een in het kader van een fotografisch procédé ontwikkelde plaat of film met een lichtgevoelige laag, waarop de lichtwaarden omgekeerd zijn t.o.v. de werkelijkheid
    Het negatief van een foto.
Vertalingen

Meer informatie