onzin

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·zin
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van zin met het voorvoegsel on- [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord onzin -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

onzin m

  1. dat wat niet waar of redelijk is
    Wat een onzin is dat, zeg!.
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl