geklets

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·klets
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geklets -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

geklets o [1]

  1. (onzinnig) gepraat, gezwets, ook wel roddel
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal