gewauwel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·wau·wel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gewauwel -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gewauwel o [1]

  1. onsamenhangend gepraat, gezwets


Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal