gelul

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·lul
enkelvoud meervoud
naamwoord gelul -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gelul o

  1. (pejoratief) onzinnig gepraat
    • Ja, dat is natuurlijk gewoon gelul! 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.