nieuws

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nieuws
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘bericht over iets dat nog onbekend is’ voor het eerst aangetroffen in 1656 [1]
  • afgeleid van nieuw met het achtervoegsel -s [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord nieuws -
verkleinwoord nieuwsje nieuwsjes

Zelfstandig naamwoord

nieuws o

  1. actuele ontwikkelingen
  2. (media) een uitzending in de media waarin berichten over actuele ontwikkelingen worden verspreid aan het publiek
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: geen nieuws is goed nieuws
zolang er geen nieuws over iets of iemand binnenkomt, kan men er doorgaans van uitgaan dat het goed gaat
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

nieuws

  1. partitief van de stellende trap van nieuw

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen