nieuwtje

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nieuw·tje
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord nieuwtje nieuwtjes

Zelfstandig naamwoord

nieuwtje o dim. tant.

  1. een zeer recent nieuwsbericht
    • Waar haalt hij toch altijd die nieuwtjes vandaan? 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.