nieuwsgierig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nieuws·gie·rig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen nieuwsgierig nieuwsgieriger nieuwsgierigst
verbogen nieuwsgierige nieuwsgierigere nieuwsgierigste
partitief nieuwsgierigs nieuwsgierigers -

Bijvoeglijk naamwoord

nieuwsgierig

  1. verlangend om iets te weten of waar te nemen
    • Wat ben jij toch een nieuwsgierig mannetje... 
    • Misschien zou ik er wel in durven maar wij Palettanen hebben niet zulk zwerversbloed. En wij zijn niet nieuwsgierig naar dingen die wij niet begrijpen. Bovendien, het schijnt in de Vallei der Dwaasheid niet pluis te zijn. Waarom zouden wij het onszelf moeilijk maken? Wij hebben hier altijd geleefd, wij hebben geen behoefte aan avonturen die niets dan narigheid opleveren.' [3] 
Vaste voorzetsels
  • nieuwsgierig zijn naar
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Nieuwsgierig aagje
iemand die over van alles weten wil waar die niets mee te maken heeft
Vertalingen


Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen