Naar inhoud springen

nat

Uit WikiWoordenboek
  • nat
  • In de betekenis van ‘vloeibaar, vochtig’ voor het eerst aangetroffen in 901 [1]
  • [2]
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen natnatternatst
verbogen nattenatterenatste
partitief natsnatters-

nat

  1. gedrenkt in een vloeistof, meestal water
    • Hij nam het aanrecht af met een natte doek. 
     De natte zweetsokken hing ik met veiligheidsspelden achter op mijn rugzak.[3]
     Onder de zachte, lauwwarme straal maak ik alvast een stukje zeep nat en wrijf het onder mijn oksels.[4]
enkelvoud meervoud
naamwoord nat -
verkleinwoord natje natjes

hetnato

  1. (drinken) vocht
vervoeging van
natten

nat

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van natten
  2. gebiedende wijs van natten
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[5]
  1. "nat" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. nat op website: Etymologiebank.nl
  3. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
vervoeging van
nāre

nat

  1. actief indicatief praesens, derde persoon enkelvoud van nāre