nat

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nat
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen nat natter natst
verbogen natte nattere natste
partitief nats natters -

Bijvoeglijk naamwoord

nat

  1. gedrenkt in een vloeistof, meestal water
    Hij nam het aanrecht af met een natte doek.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord nat -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

nat o

  1. (drinken) vocht
Hyponiemen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
natten

nat

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van natten
  2. gebiedende wijs van natten
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Latijn

Werkwoord

vervoeging van
nāre

nat

  1. actief indicatief praesens, derde persoon enkelvoud van nāre