vochtig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voch·tig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van vocht met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen vochtig vochtiger vochtigst
verbogen vochtige vochtigere vochtigste
partitief vochtigs vochtigers -

Bijvoeglijk naamwoord

vochtig

  1. doordrenkt met een zekere hoeveelheid water of waterdamp
     Door een kier onder de deur kwamen er steeds sneeuwvlokken naar binnen gewaaid en ik voelde mijn slaapzak langzaam vochtig worden.[1]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be