Naar inhoud springen

vochtig

Uit WikiWoordenboek
  • voch·tig
  • Afgeleid van vocht met het achtervoegsel -ig
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen vochtigvochtigervochtigst
verbogen vochtigevochtigerevochtigste
partitief vochtigsvochtigers-

vochtig

  1. doordrenkt met een zekere hoeveelheid water of waterdamp
     Door een kier onder de deur kwamen er steeds sneeuwvlokken naar binnen gewaaid en ik voelde mijn slaapzak langzaam vochtig worden.[1]
     ' Ten slotte keek ze me aan en ik zag dat haar ogen vochtig glansden.[2]
     Wie had ooit meer dan drie woorden met haar gewisseld in die stank van pis en ongewassen lijf? Ze was een overblijfsel uit de tijd van turf en plaggen, van walmende pitten en vochtig hout, van stro op de vloer, dieren die binnenshuis werden gehouden.[3]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]
  1. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Tatiana Rosnay
    “Kwetsbaar” (2010), Artemis & co, ISBN 9789047201625
  3. Manik Sarkar
    “Ossenkop” (2024), Hollands Diep, ISBN 9789048862696
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be