doorweekt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

alles raakt doorweekt
Uitspraak
Woordafbreking
  • door·weekt
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van doorweken: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel [1]

Werkwoord

vervoeging van
doorweken

doorweekt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doorweken
    • Jij doorweekt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doorweken
    • Hij doorweekt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van doorweken
    • Doorweekt! 
vervoeging van
doorweken

doorweekt

  1. voltooid deelwoord van doorweken
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen doorweekt doorweekter doorweektst
verbogen doorweekte doorweektere doorweektste
partitief doorweekts doorweekters -

Bijvoeglijk naamwoord

doorweekt

  1. kletsnat, helemaal van vocht doordrongen
    • Na de langdurige regen was ik helemaal doorweekt. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen