zeenat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zee·nat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zeenat -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zeenat o

  1. (dichterlijk) het water van de zee
    • En zo viel hij in het bruisende zeenat... 

Gangbaarheid

53 % van de Nederlanders;
54 % van de Vlamingen.