zeenat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zee·nat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zeenat -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zeenat o

  1. (dichterlijk) het water van de zee
    • En zo viel hij in het bruisende zeenat... 

Gangbaarheid

52 % van de Nederlanders;
53 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be