smoel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • smoel
enkelvoud meervoud
naamwoord smoel smoelen
verkleinwoord smoeltje smoeltjes

Zelfstandig naamwoord

smoel o

  1. (vulgair) aangezicht
    "Ik sla je op je smoel!" dreigde hij.