snoet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Anatomie van een hond
  1. Stop (overgang tussen hersenschedel en snuit)
  2. Snuit (of voorsnuit)
Uitspraak
Woordafbreking
  • snoet
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘vooruitspringend deel van kop’ voor het eerst aangetroffen in 1784 [1]
  • afgeleid van snoet [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord snoet snoeten
verkleinwoord snoetje snoetjes

Zelfstandig naamwoord

snoet m [3]

  1. het vooruitspringende deel van de kop van een dier met de bek en de neus
    • Er klonk geschuifel vanuit de gang en Capote kwam binnen, voorafgegaan door een grote bulldog met een witte snoet. `Dit is Bunky,' zei hij. Bunky besnuffelde me even en we gingen zitten. [4] 
  2. (pejoratief) (informeel) aangezicht van een mens
    • `En Aisa had meer gedronken dan ze aankon,' voegde Marina er met haar Mona Lisa-snoetje aan toe. 'Ze werd opeens heel erg aanhalig. Zeker toen jij in slaap was gevallen.' [5] 
    • Dit weekend belooft opnieuw zonnig te worden. Nog net voldoende tijd om de winkelstraat in te gaan op zoek naar een zomers geurtje, kleurrijk jurkje en een nieuwe zonnebril. Want, wat is leuker dan de zonnestralen weren met een hip montuur op je snoet? Deze zonnebrillen zijn net dat tikje anders, honderd procent Belgisch en bezorgen u gegarandeerd een zomergevoel. [6] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[7]

Verwijzingen

  1. "snoet" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. snoet op website: Etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. Zwagerman, Joost De ontdekking van de literatuur Vertaling door Dirk-Jan Arensman, W. Hansen, Ko Kooman, Ineke Mertens en Victor Schiferli[2013] ISBN 978-90-234-2561-8 pagina 70
  5. Berg, Michael Hôtel du Lac [2011] ISBN 978-90-443-2989-6 pagina 273
  6. de Standaard 25/juli/2017 door aems
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be