manager

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·na·ger
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels of afgeleid van managen met het achtervoegsel -er [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord manager managers
verkleinwoord managertje managertjes

Zelfstandig naamwoord

manager m

  1. (bedrijfskunde) (beroep) een persoon die de leiding heeft over een afdeling binnen een organisatie
    De manager luisterde niet goed naar zijn medewerkers.
  2. (beroep) iemand die voor artiesten, beroepssportlui enz. zakelijke belangen behartigt, impressario
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  manager     le/la manager     managers     les managers  

Zelfstandig naamwoord

manager m/v

  1. (bedrijfskunde) (beroep) bedrijfsleider, manager