malen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·len
Woordherkomst en -opbouw
  • Oorspronkelijk een klasse 6 werkwoord met onvoltooid verleden tijd moel.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
malen
maalde
gemalen
gemengd volledig

Werkwoord

malen [1]

  1. (overgankelijk) tussen twee harde voorwerpen fijnwrijven [2]
    Ik heb verse koffie gemalen.
  2. (overgankelijk) (voeding) (water) uitpompen met een molen of gemaal
  3. (overgankelijk) kauwen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen


stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
malen
maalde
gemaald
zwak -d volledig

Werkwoord

malen

  1. (onovergankelijk) vervelende gedachten door het hoofd laten gaan tobben [3] [4]
  2. (verouderd) schilderen [5] [6]

Zelfstandig naamwoord

malen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord maal
    Een aantal malen keek hij om.
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal
  2. etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandse taal
  4. etymologiebank.nl
  5. Woordenboek der Nederlandse taal
  6. etymologiebank.nl


Middelnederlands

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden tijd voltooid
deelwoord
enkelvoud meervoud
malen moel moelen gemalen
klasse 6 volledig  

Werkwoord

malen

  1. (koren) fijnmalen
    Sijn broot was gerstijn [...], dat darsch hi ende moel ook mede.