vermalen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ma·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vermalen
vermaalde
vermalen
zwak -d

gemengd

volledig

Werkwoord

vermalen

  1. overgankelijk door malen tot een poeder verwerken
    • Het erts werd vermalen en daarna uitgeloogd met cyanide. 
  2. overgankelijk door malen vernietigen
    • Daarmee werd de positie van het Driemanschap langzamerhand onhoudbaar, het werd vermalen tussen een kritische achterban en de pressie van de bezetter. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.