graat

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • graat
enkelvoud meervoud
naamwoord graat graten
verkleinwoord graatje graatjes

Zelfstandig naamwoord

graat v/m

  1. botje van een vis
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
99 % van de Nederlanders
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie