bemalen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ma·len
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van malen met het voorvoegsel be-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bemalen
bemaalde
bemalen
zwak -d

gemengd

volledig

Werkwoord

bemalen [1] [2]

  1. (waterstaat) overgankelijk met een watermolen, gemaal of pomp ontdoen van overtollig water
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Meer informatie

Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van bemalen: de stam met de uitgang -en, zonder ge- vanwege voorvoegsel (is gelijk aan de onbepaalde wijs)

Werkwoord

vervoeging van: bemalen…
geen verbogen vorm

bemalen

  1. voltooid deelwoord van bemalen

Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders;
43 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen