bemalen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ma·len
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van malen met het voorvoegsel be-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bemalen
bemaalde
bemalen
zwak -d

gemengd

volledig

Werkwoord

bemalen [1] [2]

  1. (waterbeheer) overgankelijk met een watermolen, gemaal of pomp ontdoen van overtollig water
     De meeste polders worden bemalen of laten zonder bemaling op elkaar af.[3]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

Meer informatie

Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van bemalen: de stam met de uitgang -en, zonder ge- vanwege voorvoegsel (is gelijk aan de onbepaalde wijs)

Werkwoord

vervoeging van: bemalen…
geen verbogen vorm

bemalen

  1. voltooid deelwoord van bemalen

Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders;
43 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Bronlink Weblink bron A.A. Beekman op Wikipedia “Nederland als polderland” (1884), Thieme, Zutphen, p. 337
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be