grind

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • grind
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Deens, in de betekenis van ‘walvisachtige’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1864 [1]
  • Leenwoord uit het Deens, in de betekenis van ‘griend walvisachtige’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1864 [1]
  • In de betekenis van ‘kiezels’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1820 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord grind -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

grind o

  1. een erosieprodukt, ontstaan uit gesteente [2]
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
grinden

grind

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van grinden
    • Ik grind. 
  2. gebiedende wijs van grinden
    • Grind! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van grinden
    • Grind je? 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen