maalstroom

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • maal·stroom
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord maalstroom maalstromen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

maalstroom m

  1. een draaiende stroom
    •  
  2. drukke onrustige en daardoor misschien ook gevaarlijke en angstaanjagende zaken
Synoniemen
  1. draaistroom, draaikolk, werveling

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen