kinderkleding

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

kinderkleding
Uitspraak
Woordafbreking
  • kin·der·kle·ding
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kinderkleding
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kinderkleding v [1]

  1. (kleding) alle kleren die speciaal gemaakt zijn voor kinderen
     De afname bij kledingzaken ligt onder het gemiddelde. Wel is het aantal winkels voor baby- en kinderkleding gehalveerd.[2]
     Verdachte en Uittenboogaard hebben geen kinderen. Toch trof justitie in hun woning een compleet ingerichte kinderkamer aan met kinderkleding en speelgoed.[3]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron “Duizenden winkels verdwenen, wel meer supermarkten en tuincentra” (18-12-2019), NOS
  3. Bronlink Weblink bron “Kinderkamer met seksattributen bij pedo-verdachte Hengelo” (17-04-2020), NOS