garderobe

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gar·de·ro·be
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘klerenbewaarplaats’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1588 [1]
  • Van fr. garder (bewaren, bewaken) + robe (japon), eigenlijk veroverde wapenrusting (vgl. nl. roven). Vgl. ook eng. wardrobe (kledingkast, garderobe)
enkelvoud meervoud
naamwoord garderobe garderobes
verkleinwoord garderobetje garderobetjes

Zelfstandig naamwoord

garderobe v/m

  1. voorraad kleren
  2. bewaarplaats voor kleren
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen