voordeel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·deel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord voordeel voordelen
verkleinwoord voordeeltje voordeeltjes

Zelfstandig naamwoord

voordeel o [2] [3]

  1. profijt.
    • De onrust op de aandelenmarkt was in zijn voordeel. 
  2. aangename eigenschap
    • Een voordeel van een motorfiets is het lage benzineverbruik per kilometer. 
  3. (tennis) term die aangeeft dat een speler bij een 40-40-stand een punt heeft gescoord en dus maar één punt verwijderd is van de winst van een game
    • De befaamde Belgische tennisster serveerde met voordeel voor de wedstrijd. 
  4. het aan de voorkant gelegen deel
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen