mop

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mop
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord mop moppen
verkleinwoord mopje mopjes

Zelfstandig naamwoord

mop v/m

  1. een anekdote met een verrassend en komisch slot
    Wat een flauwe mop is dat, zeg.
  2. vlek (bijv. inktmop)
  3. type grote metselsteen (bijv. waalmop)
  4. een dekzwabber
  5. type muts
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
moppen

mop

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van moppen
    Ik mop.
  2. gebiedende wijs van moppen
    Mop!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van moppen
    Mop je?

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl
  3. etymologiebank.nl
  4. etymologiebank.nl
  5. etymologiebank.nl


Engels

Werkwoord

mop

  1. zwabberen