vlek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vlek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vlek vlekken
verkleinwoord vlekje vlekjes

Zelfstandig naamwoord

vlek v/m

  1. een vieze plek
    Er zat een vlek op zijn nieuwe broek.
  2. o gehucht
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
vlekken

vlek

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vlekken
    Ik vlek.
  2. gebiedende wijs van vlekken
    Vlek!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vlekken
    Vlek je?
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl