vlek
Uiterlijk
- vlek
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vlek | vlekken |
| verkleinwoord | vlekje | vlekjes |
- vieze of verkleurde plek
- Er zat een vlek op zijn nieuwe broek.
- ▸ Voor mij was het nog steeds een grijs ovaal met een witte vlek erin, iets wat je niet eens zou opvallen als je niet wist dat het een tumor was.[3]
- ▸ Zelfs op de begrafenis waren ze felrood, als een bewegende rode vlek in een verder zwart-witfilm.[4]
- ▸ 'Denk jij dat Lana zou openstaan voor een gesprek met mij, van vrouw tot vrouw?' 'Misschien,' zegt Gijs, 'Maar ik vraag me af of je in de vlek moet gaan zitten wrijven.[4]
het vlek o
- woonplaats met een klein aantal woningen
|
|
|
|
1. een vieze plek
| vervoeging van |
|---|
| vlekken |
vlek
- Het woord vlek staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "vlek" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[5] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "vlek" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ vlek op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Marion Pauw e.a.“4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
- 1 2 Ronald Giphart e.a.“Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- IPA: /vlek/
- vlek
- het slepen
- (verkeer) aanhanger
- (sport) sleeplift; een mechaniek waarmee skiërs de berg opgesleept worden
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| nominatief | vlek | vleky |
| genitief | vleku | vleků |
| datief | vleku | vlekům |
| accusatief | vlek | vleky |
| vocatief | vleku | vleky |
| locatief | vleku | vlecích |
| instrumentalis | vlekem | vleky |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- Internetová jazyková příručka - Ústav pro jazyk český AV ČR (Tsjechisch)
- Slovník spisovného jazyka českého - Ústav pro jazyk český AV ČR (Tsjechisch)
- Příruční slovník jazyka českého - Ústav pro jazyk český AV ČR (Tsjechisch)
- Česko-německý slovník Fr. Št. Kotta - Ústav pro jazyk český AV ČR (Tsjechisch)
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %
- Woorden in het Tsjechisch
- Woorden in het Tsjechisch met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Tsjechisch
- Verkeer in het Tsjechisch
- Sport in het Tsjechisch
- Mannelijk zelfstandig naamwoord in het Tsjechisch
- Onbezield mannelijk zelfstandig naamwoord in het Tsjechisch