vlek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vlek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vlek vlekken
verkleinwoord vlekje vlekjes

Zelfstandig naamwoord

vlek v/m

  1. een vieze plek
    • Er zat een vlek op zijn nieuwe broek. 
  2. o gehucht
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
vlekken

vlek

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vlekken
    • Ik vlek. 
  2. gebiedende wijs van vlekken
    • Vlek! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vlekken
    • Vlek je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl