jet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jet
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘straalvliegtuig’ voor het eerst aangetroffen in 1956 [1]
  • van het Engels [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord jet jets
verkleinwoord jetje jetjes

Zelfstandig naamwoord

jet m

  1. (luchtvaart) een straalvliegtuig
    • Morgen gaan we met de jet naar Australië. 
  2. voorwerp dat een straal produceert
  3. een bepaald type printer
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders
91 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • jet
enkelvoud meervoud
jet jets

Zelfstandig naamwoord

jet m

  1. (luchtvaart) jet
Synoniemen

Verwijzingen


Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • jet

Zelfstandig naamwoord

jet monbezield

  1. (luchtvaart)(spreektaal) jet, straalvliegtuig, straaljager
Verbuiging

Verwijzingen

Uitspraak
Woordafbreking
  • jet

Werkwoord

jet imperfectief  

  1. gaan, rijden
Vervoeging
Schrijfwijzen
Synoniemen
Gelijkklinkende woorden
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Verwijzingen


Turks

Woordafbreking
  • jet
enkelvoud meervoud
nominatief   jet     jetler  
genitief   jetin     jetlerin  
datief   jete     jetlere  
accusatief   jeti     jetleri  
locatief   jette     jetlerde  
ablatief   jetten     jetlerden  

Zelfstandig naamwoord

jet

  1. (luchtvaart) jet, straalvliegtuig, straaljager