jet

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jet
Woordherkomst en -opbouw
  • van het Engels [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord jet jets
verkleinwoord jetje jetjes

Zelfstandig naamwoord

jet m

  1. (luchtvaart) een straalvliegtuig
    Morgen gaan we met de jet naar Australië.
  2. voorwerp dat een straal produceert
  3. een bepaald type printer
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
88 % van de Nederlanders
91 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • jet
enkelvoud meervoud
jet jets

Zelfstandig naamwoord

jet m

  1. (luchtvaart) jet
Synoniemen
Verwijzingen


Turks

Woordafbreking
  • jet
enkelvoud meervoud
nominatief   jet     jetler  
genitief   jetin     jetlerin  
datief   jete     jetlere  
accusatief   jeti     jetleri  
locatief   jette     jetlerde  
ablatief   jetten     jetlerden  

Zelfstandig naamwoord

jet

  1. (luchtvaart) jet, straalvliegtuig, straaljager