jetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jet·je

Zelfstandig naamwoord

jetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord jet

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.