git

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • git
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘zwarte delfstof’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1451 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord git -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

git o

  1. een bepaalde zwarte delfstof.
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

60 % van de Nederlanders
43 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Angelsaksisch

Uitspraak

Persoonlijk voornaamwoord

ġit

  1. jullie twee.