jen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jen

Werkwoord

vervoeging van
jennen

jen

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van jennen
    • Ik jen. 
  2. gebiedende wijs van jennen
    • Jen! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van jennen
    • Jen je? 

Gangbaarheid

54 % van de Nederlanders;
61 % van de Vlamingen.