amper

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • am·per
Woordherkomst en -opbouw
  • Onzeker. Mogelijk van Middelnederlands amper "bitter", via een uitdrukking die "met moeite" zou betekenen. Anders mogelijk van Maleis hampir.[1]

Bijwoord

amper

  1. nauwelijks, bijna niet
    • Hij kon amper ademhalen. 
    • Hij kon amper naar de toilet lopen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Afrikaans

Uitspraak
  • IPA: /ˈɑmpər/

Bijwoord

amper

  1. bijna