nauwelijks

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nau·we·lijks
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘bijwoord van hoeveelheid: amper’ voor het eerst aangetroffen in 1512 [1]
  • afgeleid van nauw met het achtervoegsel -lijks met het invoegsel -e- [2]

Bijwoord

nauwelijks [3]

  1. net, op het nippertje, wel of niet
     Hoewel beide zaken cruciaal zijn voor een goed begrip van de huidige problemen in de ouderenzorg en derhalve ook voor het beleid in de toekomst, krijgen ze in het rapport nauwelijks aandacht.[4]
     Ondanks dat er honderd redenen zijn waarom iets niet kan of onhandig is, liet deze doodgewone familie uit Yorkshire zien dat het wel gewoon kan. Beter onderwijs voor je kinderen kan ik me nauwelijks voorstellen.[5]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[6]

Verwijzingen

  1. "nauwelijks" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. nauwelijks op website: Etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. Bronlink Weblink bron Noud Engelen “Kwetsbare ouderen hebben beschermde woonomgeving nodig” (14 februari 2020), Trouw
  5. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be