jennen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jen·nen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
jennen
jende
gejend
zwak -d volledig

Werkwoord

jennen

  1. overgankelijk pesten, uitdagen
    • Hou eens op je broertje te jennen. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.