jennen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jen·nen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
jennen
jende
gejend
zwak -d volledig

Werkwoord

jennen

  1. (overgankelijk) pesten, uitdagen
    Hou eens op je broertje te jennen.
Synoniemen
Vertalingen