impuls

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
enkelvoud meervoud
naamwoord impuls impulsen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

impuls m

  1. innerlijke drang, opwelling bijv. een driftimpuls, dwangimpuls
    Meestal wint de ratio het over de dierlijke impuls.
  2. (natuurkunde) een vector wiens lengte gelijk is aan het product van massa en snelheid
  3. stimulering, een duw in de rug bijv. een groei-impuls, kwaliteitsimpuls
    Dalende olieprijzen zouden de Nederlandse economie een positieve impuls kunnen geven.
  4. (elektrotechniek) kortstondige elektrische spanning of stroom (de ideale puls is oneindig kort en heeft een energieinhoud van één)
  5. (medisch) wat door een zenuw als gevolg van een prikkel overgebracht wordt, zenuwprikkel
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie